Mensenschuw

“I scare myself, and I don’t mean lightly. I scare myself, it can be frightening. I scare myself, to think what I can do. I scare myself, it’s some kind of voodoo..”

 

Uit : I scare myself – Thomas Dolby

 

Vroeger was ik voor de duvel niet bang. Ik stapte kordaat door het leven, zag geen gevaar en belandde dan ook in elke sloot die ik tegen kwam. Ik kon me verwonderen en verbazen over alles wat ik zag en kletste met iedereen die ik tegenkwam. Ik keek onbevangen de wereld in en vaak keek de wereld enigszins wat verbaast naar me terug en dat was prima. Van nature ben ik een sociaal dier en ik maak heel makkelijk contact met mensen. Tijdens mijn burn-out was ik dat echter helemaal kwijt. Mijn sociale context zat opeens vol hindernissen. Ongemerkt trok ik me steeds meer terug uit het sociale leven. Ik zei afspraken af, sloeg feestjes over en ik gaf steeds meer toe aan mijn bankhanggevoel. Ik vond het heerlijk om op de bank te hangen en urenlang televisie kijken. Het werd dan wat rustiger in mijn hoofd. Ik was me er echter totaal niet van bewust dat de wereld om me heen steeds kleiner werd en ik steeds schuwer.

 

Omdat mijn psycholoog had gezegd dat het van belang was dat ik tijdens mijn burn-out in beweging bleef, ging ik zwemmen. Op die manier werd de aandacht afgeleid van mijn hoofd, waar alle drukte was. In het zwembad, waar het erg rustig was, voelde ik me vrij en lekker ontspannen. Tot het moment dat ik me bewust werd van de badmeester die op een bankje ging zitten vlakbij het trapje. Hetzelfde trapje dat ik moest gebruiken om mijn vermoeide lijf uit het water te hijsen richting kleedkamer. Als ik naar huis wilde, moest ik dus langs de badmeester en dan ontkwam ik er niet aan om iets tegen hem te zeggen. Maar wat? Wat moest ik toch zeggen? Moest ik erbij glimlachen? Moest ik een praatje maken? Iets zeggen over het weer? En wat, als hij mij van alles ging vragen? Wat moest ik toch doen? Ik wist het niet. Het idee om iets te moeten zeggen boezemde me zoveel angst in, dat ik maar in het water bleef. Dat was veiliger. Maar hoe verder? Ik kon moeilijk de rest van de dag blijven zwemmen.

 

Als een schichtig hert dat net het roofdier heeft ontdekt, volgde ik met mijn ogen zijn bewegingen en hield hem nauwlettend in de gaten. Ondertussen zwom ik door, iets langzamer en met meer spanning in het lijf dan daarvoor. De paniek werd nog groter toen een paar collega’s naast hem gingen zitten. Nu moest ik bedenken hoe ik langs drie mensen heen kwam zonder mezelf te verliezen. Mijn hele lijf begon zeer te doen. Niet zozeer van de spanning die langzaam weer mijn lichaam insloop, wel van de vele zwembaantjes die het er inmiddels op had zitten. Opeens zag ik mijn kans schoon. In een onbewaakt ogenblik, terwijl de badmeesters druk met elkaar in gesprek waren en geen oog meer hadden voor de badgasten, klom ik snel het bad uit, liep langs hen heen en mompelde iets van ajuus. In het badhokje haalde ik opgelucht adem. De eerste hindernis was genomen.

 

Vanaf nu kon het alleen maar beter gaan.