Opperdepop

I‘m so tired, I haven’t slept a wink. I’m so tired, my mind is on the blink. …I can’t sleep, I can’t stop my brain, It’s three weeks. I’m going insane.

 

Uit : “I’m so tired – The Beatles

 

Ik was zo moe. Eigenlijk best wel een lange periode. Er zijn momenten geweest, dat ik ’s middags in de auto op weg naar huis mijn ogen niet meer open kon houden. Ik heb er wel eens over gedacht om onderweg op een truckersplaats te stoppen en een tukje te doen. Bang dat ik een ongeluk zou veroorzaken. Hoewel dat een heel goed advies is bij extreme vermoeidheid, heb ik deze wijze raad nooit opgevolgd aangezien ik maar 20 minuten rijden van mijn werk af woonde. Het zou ook een beetje raar zijn om daar als vrouw alleen met mijn kleine Suzuki op klaarlichte dag tussen al de kolossale vrachtauto’s te gaan staan. Stel je voor. Dat zou wel eens een heel verkeerd signaal af kunnen geven. Dus reed ik elke dag, vechtend tegen de slaap, maar richting huis.

 

Thuisgekomen knapte ik altijd weer wat op. Soms hing ik een beetje op de bank, las de krant, ging koken of ging op bezoek bij een vriendin en dan voelde ik de energie langzaam weer wat terugkomen. Helemaal fit werd ik niet, maar dat was meer te wijten aan mijn algehele conditie die nooit goed geweest is. Het vermoeidheidsgevoel wat ik overdag voelde en wat steeds erger leek te worden, ging ik te lijf met koffie, energiedrankjes, Cup-a-Soup momentjes en vitaminepillen. Deze hulpmiddeltjes zorgden weliswaar voor een tijdelijke energieboost, maar het effect was slechts van korte duur. Mijn vermoeide gevoel kwam al snel terug en werd nog eens verergerd door alle suikers die ik binnenkreeg. In mijn poging mijn vermoeidheid enigszins onder controle te krijgen moest ik vroeg naar bed van mijzelf.

 

Ik ben van nature een avondmens, maar wellicht werd het tijd om het roer van mijn bioritme eens rigoureus om te gooien? Misschien dat daar de oplossing lag? Urenlang heb ik liggen woelen en draaien en alles gedaan wat de slaapgoeroes zeggen wat nodig is om goed te kunnen slapen. Het hielp allemaal niks. Mijn lijf wilde wel slapen, maar mijn geest was klaarwakker. Mijn hoofd werd voller en voller en de gedachtestroom was niet meer stoppen. Het was geen piekeren. Het was meer een nabeschouwing van wat was en een voorbeschouwing van wat ging komen. En alles daar tussenin. Maar dan ook alles. De meest onzinnige, nutteloze gedachten kwamen in me op en gingen niet meer weg. Het gevolg was, dat ik ondanks mijn vroege bedtijd urenlang wakker lag. En dat resulteerde weer in het fenomeen dat ik niet alleen dodelijk vermoeid terugkwam van mijn werk maar ook, dat ik doodmoe naar mijn werk ging. En zo wilde ik al snel ook op de heenweg maar al te graag mijn autootje parkeren naast zo’n groot gevaarte op de truckerstopplaats. Om gewoon even mijn ogen dicht te kunnen doen en te rusten.

 

Ik gaf wel het goede signaal af. Ik zag alleen niet dat het voor mijzelf bestemd was.